arrow_drop_up arrow_drop_down
20 april 2017 

Ziekte hoeft geen eindstation te zijn – Maar... eerst geloven, dan zien!

Diabetes type 1 hoeft geen eindstation te zijn. Ziekte hoeft geen eindstation te zijn. Absoluut niet. Maar om het geen eindstation te laten zijn, is één ding wel waanzinnig belangrijk: op het gebied van genezing werkt eerst zien, dan geloven, vaak precies andersom. Eerst geloven, dán zien! Ik moest daaraan denken toen ik deze week een afspraak had met Mariëlla. Een half jaar geleden nam ze contact op naar aanleiding van een webinar die ik gaf over ziekte en genezing. Voor haar diabetes type 1 heeft Mariëlla tien jaar lang een insulinepomp gebruikt, tot ze van de ene op de andere dag gestopt is met het gebruik van insuline van buitenaf. Inmiddels is ze alweer drie jaar vrij van medicatie. ‘Onmogelijk’ volgens de medische wetenschap.

Diabetes type 1 is geen eindstation

Mariëlla heeft dezelfde filosofie gevolgd als ik ook heb gedaan. Diabetes type 1 was voor haar geen eindstation. Ze is op onderzoek uitgegaan. Ze is zichzelf vragen gaan stellen. Ze is gaan uitzoeken hoe de ziekte is ontstaan, wat de ziekte haar te vertellen heeft. Ze is gaan graven en terugkijken. Ze is begonnen met het leggen van haar eigen puzzel en uit die puzzel komen de meest prachtige geschenken voort. Dat is wat het genezen van de essentie van ziekte oplevert.

Samen zijn aan het onderzoeken waar we elkaar kunnen helpen en ondersteunen om vervolgens anderen weer verder te kunnen helpen. Mariëlla heeft haar eigen filosofie gevormd die ze aan het testen en aanscherpen is. Ze heeft mijn boeken en praten we veel. We leren van elkaar. Zoals het hoort. Maar alles begint bij geloof. Dat het anders kan. Dat het anders moet. Wat ik hier deel is om je te inspireren. Om je vertrouwen te geven in je eigen pad, hoe dat er ook uit mag zien en waarin je jouw vertrouwen ook legt.

Wat ik hier deel staat ook los van diabetes of welke specifieke ziekte dan ook. Dit gaat over mindset. Als je bij jezelf merkt dat je het lastig vindt dit geloof en vertrouwen in jezelf te vinden, lees dan nadat je dit gelezen hebt het waanzinnig interessante blog ‘ Ik ben ongeneeslijk ziek’ (lees hier) eens die ik eerder geschreven heb. Het zal je helpen bij je proces.

eindstation

Eerst geloven, dán zien

Hieronder deel ik een stuk uit een hoofdstuk uit één van mijn boeken dat over het onderwerp in dit blog gaat. Onderschat het belang hiervan niet. Ik gaf al aan dat dit niet gaat over een specifieke ziekte (zoals bijvoorbeeld diabetes), maar daarnaast gaat het ook veel verder dan ziekte zelf. Het onderwerp eerst geloven, dan zien, speelt een hele belangrijke rol voor veel meer dingen die je wilt realiseren in je leven. Dat is ook wat ik van dag één gedeeld heb: het gaat niet om ziekte, het gaat erom wat daarachter ligt. Dát is het geschenk van ziekte.

Hier komt een deel van het hoofdstuk:

 

Achter ons kwam een oude man langzaam door het rulle zand naar beneden lopen en nam vlakbij ons plaats. Hij knikte ons vriendelijk toe en concentreerde zich toen op een punt ergens op zee, terwijl hij nauwelijks hoorbaar een stroom van woorden voor zich uit prevelde. Zijn donkere, verweerde huid glansde in de zachte kleuren van het ochtendlicht. De temperatuur was aangenaam nu de hitte van de dag nog niet ingevallen was.Beiden keken we gefascineerd naar de oude man, die daar bewegingloos zijn ochtendgebeden aan het opzeggen was. Het was duidelijk dat hij niet veel geld had. Zijn kleren waren gerafeld en gescheurd en hij had nauwelijks vet op zijn botten. Zijn lichaam zag er vermoeid uit van wat ongetwijfeld een leven lang hard werken was geweest.‘Weet je,’ mijmerde Franklin, ‘wat zou deze man doen, als iemand hem zou vertellen dat hij over tien minuten weer een jong en sterk lichaam had en al zijn lichamelijke klachten waren verdwenen? Hij hoefde er alleen maar voor te kiezen. Wat zou hij antwoorden?’‘Nou, van hem hoeft dat waarschijnlijk niet,’ antwoordde ik bloedserieus. ‘Dan kan hij weer een leven lang afgebeuld worden. Als ik hem was zou ik ervoor passen.’Franklin proestte het uit van het lachen en probeerde het geluid in zijn hand te smoren om de oude man niet te storen. ‘Je hebt gelijk,’ antwoordde hij nog steeds zachtjes lachend, ‘maar dat was eigenlijk niet wat ik bedoelde. Tenminste, het was wel wat ik bedoelde, maar ik had dit antwoord niet verwacht. Waar ik op aanstuurde, is of hij zou geloven dat hij zo’n metamorfose kon ondergaan.’
‘Pff, waarschijnlijk niet. Het is een oude man, hoe zou hij weer het lichaam van een jonge vent kunnen krijgen? Dat is zo’n verandering, ik denk dat ik het ook niet zou geloven,’ zei ik droog.
‘Maar is het een grotere metamorfose dan een zogenaamd ongeneeslijke ziekte hebben en de mogelijkheid krijgen om daar vanaf te komen?’
‘Ja… Nee…,’ aarzelde ik.
‘Zou je ervoor kiezen?’ drong hij aan.
‘Ja natuurlijk.’ Ik probeerde deze keer meer overtuiging in mijn stem te leggen.
‘Ahhh, je zou ervoor kiezen, maar zou je ook geloven dat het ging gebeuren?’
‘Geloven?’
‘Zou je geloven dat het mogelijk was?’
‘Nou ja, ik zou het wel wíllen. Willen dat het waar was en kon. Ik zou er natuurlijk absoluut voor gaan!’
Ik herinnerde mij dat ik gisteren ook had aangegeven voor de volle honderd procent voor genezing te gaan, maar dit was een andere insteek. Het was precies waar hij me mee confronteerde.
‘Willen en geloven zijn twee heel verschillende dingen,’ zei hij. ‘Denk er maar even over na, het is er hier een mooie plek voor.’ Hij wees naar de horizon, waar de nieuwe dag onstuitbaar zijn intrede deed en de oranje gloed van de zon hem nieuw elan meegaf.
We zwegen.
‘Nagedacht?’ vroeg hij.
‘Hmm?’ antwoordde ik dromerig.
Hij glimlachte. ‘Je hebt nu een grote hoeveelheid informatie van me gekregen.’ Hij tikte op mijn blocnote dat inderdaad al aardig gevuld raakte. ‘Maar dat is veel verstandelijke informatie. Veel papieren informatie. Ik doe nu een beroep op je gevoel. Het punt dat ik probeer te maken is, dat het een heel raar idee is om van een ziekte die zo lang bij je heeft gehoord, afscheid te nemen. Je bent aan je ziekte gewend geraakt en op een bepaalde manier hoort die bij je. Dit is wat anders dan geen afscheid willen nemen van een ziekte omdat je daar niet aan toe bent, het heeft meer te maken met gewenning en gewoonte. Je wilt wel van je ziekte af, maar je hebt er eigenlijk nooit bij stilgestaan hoe het zou zijn als dat daadwerkelijk zou gebeuren. Vandaar mijn vraag: Als je de kans kreeg je ziekte achter je te laten, zou je dan geloven dat dit kon?’
Hij liet een korte stilte vallen.
‘Door alle nieuwe informatie die ik je gegeven heb, ben je razend enthousiast, right?’ vroeg hij.
Ik knikte bevestigend.
‘Veel van deze informatie neem je verstandelijk tot je en ik vraag je af en toe te voelen, te fantaseren, te dagdromen, wat de implicaties zijn van wat ik je vertel. Dus vandaar de vraag of je je überhaupt wel voor kunt stellen hoe het zou zijn om je ziekte achter je te laten.’
Ik knikte bedachtzaam en voelde me op de een of andere manier ongemakkelijk.
‘Af en toe moet je stilstaan bij de informatie die je hebt gekregen, zodat je die in je eigen leven kunt integreren,’ vervolgde hij. ‘Anders blijft het informatie. Op die manier kom je erachter wat deze informatie nu werkelijk betekent en of je daar wel blij en gelukkig van wordt. Onderschat deze kwestie niet. Het is iets heel anders informatie verstandelijk tot je nemen en er enthousiast van worden, dan je eraan overgeven en het proces vervolgens zijn werk laten doen. Ik raad je aan er nog eens goed over na te denken. Dit is er een mooie plek voor,’ herhaalde hij zijn woorden van even daarvoor.
Ik begreep ook wel waarom ik mij wat ongemakkelijk had gevoeld. Ik begon te leren dat ik dit gevoel kreeg als ik ergens naar moest kijken waar ik liever niet naar keek. Ik moest door een zelf opgeworpen barrière heen om mijzelf objectief en onafhankelijk te observeren.
Natuurlijk had ik er vaker over gefantaseerd hoe het zou zijn als ik geen diabetes meer had. Maar dat had altijd veilig geleken, omdat het ver weg was geweest. Het was een fantasie, geen werkelijkheid. Maar als het werkelijkheid kon worden, hoe zou het dan zijn? En kon ik überhaupt geloven dat het mogelijk was? Echt geloven? Vergelijkbaar met het weten van binnen wat ik nu al diverse malen had gevoeld. Onomstotelijk.
Toch vreemd dat je blijkbaar zo vertrouwd was geraakt, jezelf misschien wel zo had neergelegd bij een situatie, dat je niet in staat was direct te roepen dat je er honderd procent zeker van was je ziekte achter je te laten als de mogelijkheid zich voordeed. En dit bovendien ook echt kon geloven op het moment dat je deze woorden uitsprak als je daarom werd gevraagd.
Ik wist dat mensen dit zouden gaan verwarren met de acceptatie van een ziekte. Zouden ze roepen dat dit toch precies is wat de bedoeling was, dat je de ziekte omarmt en accepteert? Maar dit was anders. Er was een belangrijk onderscheid dat eerlijke reflectie vereiste. Het onderscheid tussen werkelijke acceptatie van je ziekte en daarmee leven zonder een spoortje rancune, spijt of enige vorm van aantasting van je eigenwaarde. Dat, of je neergelegd hebben bij een ziekte. Bekeken vanuit het oogpunt van iemand die verslagen is. Overwonnen. Je erbij neerleggen als iemand die geen meester is over zijn eigen leven.

Hoe zou het zijn geen diabetes meer te hebben? Ik rilde even in de ochtendlucht, die nog steeds fris aanvoelde. Geen diabetes meer. Nooit meer jezelf injecteren. Geen vervelende zelfcontroles, geen driemaandelijkse bezoeken aan de internist, geen terugkerende periodieke onderzoeken in het ziekenhuis waar je binnenstebuiten werd gekeerd. Verminderde kans op complicaties aan ogen, nieren, hart en bloedvaten, geen nachtelijke hypo’s, geen extra uitgaven, geen aparte keuring meer voor je rijbewijs met verkorte geldigheidsduur…
Ik zuchtte. Verstandelijke implicaties die mijn leven een stuk rooskleuriger maakten. Een last die van mijn schouders viel. Een last waar ik liever niet meer mee zou rondlopen. Maar geloven? Kon ik ook echt geloven dat dit mogelijk was? Nog geen dag geleden dacht ik van niet. Maar nu, nu begon hoop op te doemen als een nieuwe dageraad aan de horizon.
Ik vertelde hem over mijn twijfels en het feit dat ik ervan baalde dat ik zijn vraag niet direct volmondig bevestigend kon beantwoorden.
‘Ik kan je er alleen maar meer om waarderen,’ zei hij gemeend. ‘Dat betekent gewoon dat je werkelijk open en eerlijk naar jezelf gekeken hebt. Daarmee maak je het binnenin je bespreekbaar en ga je er op alle niveaus mee aan de slag, totdat je deze vraag wel zonder een spoor van twijfel kunt beantwoorden. Ken je dit gezegde? Eerst zien, dan geloven? Met deze materie is het eigenlijk andersom: eerst geloven, dan zien. Door je geloof zet je de hele machine aan het werk. De micro- en de macrokosmos. Geloof is de motor die de intelligentie van het universum aanzwengelt. Geloof is de motor die de intelligentie binnenin jou aanzwengelt. Daarom is het zo belangrijk dat je deze vraag voor jezelf kunt beantwoorden. Als je een eenvoudige metafoor wilt, kijk maar wat het gebruik van een placebo doet als je gelooft dat dit een ‘echt’ medicijn is: de machine gaat aan het werk. Overigens is het placebo-effect wel een prachtig voorbeeld van de kracht van gedachten. Een voorbeeld dat voor iedereen herkenbaar en toepasbaar is en bovendien rechtstreeks terugslaat op de kwantumfysica. Wat gedachten kunnen doen,’ verduidelijkte hij, op de vragende uitdrukking op mijn gezicht. ‘Onderschat dat niet. Steeds meer mensen hebben tegenwoordig last van het nocebo-effect, de tegenhanger van het placebo-effect. Ziek worden door suggestie. De angst dat je ergens vatbaar voor bent, bijvoorbeeld voor een ziekte die veel in je familie voorkomt, kan die ziekte daadwerkelijk creëren. Het placebo-effect bewijst dat je van suggestie beter kunt worden, het nocebo-effect doet precies het tegenovergestelde. Weet je dat veel mensen die chemotherapie krijgen al misselijk worden voordat de behandeling daadwerkelijk begint? Het is het geloof, het zijn de gedachten, die ziek maken of genezen. Begrijp je de enorme impact van dit feit? Gedachten kunnen letterlijk doden.’
Zijn stem klonk dwingend. Ik was overrompeld door de kracht van zijn verhaal en de zijsprong die we gemaakt hadden en gaf grif toe dat dit niets meer of minder dan opzienbarend was.
‘Laten we ons gesprek van zojuist vervolgen,’ vervolgde Franklin. ‘Terug naar de vraag. Kun je geloven dat je kunt genezen?’
Als een pitbull had hij zich in me vastgebeten, niet van plan me te laten gaan. Hij tikte me wel even bemoedigend op mijn schouder. ‘Sorry, dat ik het je zo moeilijk moet maken op de vroege ochtend.’
‘Man, dat het zover is gekomen dat ik serieus over deze kwestie kan nadenken is al geweldig,’ bromde ik. ‘Wie had dat gedacht? Ik zei net nog tegen mezelf dat ik dit vierentwintig uur geleden nog niet voor mogelijk had gehouden.’
Ik wilde me niet laten kennen. Ik zou aanhaken en niet opgeven.
‘Heb je nog zin om een verdiepingsslag over dit onderwerp te maken?’ vroeg hij.
‘Tuurlijk.’
‘Een andere reden om dit onderwerp tegen het licht te houden, is omdat je het nodig hebt om straks daadwerkelijk progressie te kunnen boeken. Je lichaam is niet meer gewend de dingen zelf te doen. Met jouw geloof zwengel je dat vertrouwen weer aan. Stel je voor dat je al tien jaar lang invalide bent en niet meer kunt lopen. Je bent aan een rolstoel gekluisterd en iemand zegt tegen je, sta maar op en loop maar weg. Je kunt gewoon niet geloven dat dit kan. Het lichaam zal blokkeren, omdat jij dit niet gelooft en het zal daardoor ook niet gebeuren. Het blokkeert gewoon. Het is goed je van deze dingen bewust te zijn. Het is wel leuk om te roepen dat je gelooft dat je kunt genezen, maar roep je dit alleen of geloof je werkelijk dat het zo is?’
Naast ons prevelde de Indiase man nog steeds zijn gebeden, zoals hij dat waarschijnlijk zijn hele leven al had gedaan. Had hij werkelijk geloof in de goden waar hij toe bad of deed hij alsof? Deed hij het misschien uit gewoonte?
Ik keek naar zijn uiterlijk armoedige omstandigheden en naar zijn volmaakt tevreden gezicht. Hij geloofde wat hij bad. Hij was een rijk man.
Franklin zag me kijken. ‘Wees niet boos op jezelf of teleurgesteld als je deze vraag niet direct kunt beantwoorden,’ fluisterde hij. ‘Daarmee blokkeer je jezelf alleen maar. Het is een puur menselijke emotie en door het in jezelf bespreekbaar te maken, breng je licht naar de situatie en daarmee komt er ruimte. Die ruimte levert nieuwe inzichten op, waardoor je de vraag straks wel kunt beantwoorden. Geef jezelf de tijd, wees geduldig en lief voor jezelf. Veroordeel jezelf niet. Kom, het is tijd om lief voor onszelf te zijn, we gaan een kop koffie drinken,’ zei hij op gedempte toon.
‘Toepasselijk,’ mompel ik.
We stonden zachtjes op om de man niet te storen en liepen naar één van de beach shack’s die al open was. Ik keek nog een keer achterom naar de biddende man en de met goud bedekte horizon. Het beloofde weer een mooie dag te worden.

Investeer in jezelf: Klik hier om de boekenserie te bestellen die twijfels, angsten en onzekerheden wegneemt en vertrouwen teruggeeft. Laat je leiden langs de valkuilen van ziekte en genezing en de specifieke uitdagingen die leven in deze tijd met zich meebrengt!

Over de schrijver
Franklin Leers (1973) is als life coach, spreker, auteur en origineel denker gespecialiseerd in empowerment en de oorsprong van ziekte. Zijn pragmatische aanpak en vermogen om ingewikkelde materie te vertalen naar alledaagse en herkenbare gebeurtenissen heeft hem bij zijn lezerspubliek de bijnamen ‘filosoof van het dagelijks leven’ en de ‘Paulo Coelho van de lage landen’ opgeleverd.
Reactie plaatsen